Hoewel ik me dat niet kan herinneren toen ik op de lagere school leerde breien. Wij meisjes kregen in de 3e of 4e klas les in “nuttig handwerken”. Met zweethandjes heel geconcentreerd steken op een breinaald zetten. En dan vervolgens proberen met “insteken-omslaan-doorhalen en af laten gaan” een lapje te breien. Maar uiteindelijk lukte het wel, zelfs het rondbreien op drie naalden.
Vroeger werd breien vooral gezien als nuttig. Om zo je eigen kleding en babykleertjes te kunnen maken. In de 70-iger jaren heb ik er veel plezier aan beleefd. Later zijn de breinaalden met “het nut ervan” in de pennenkoker verdwenen. Maar in coronatijd heb ik ze weer opgepakt. Breien bleek een heerlijk ontspannen tijdverdrijf met een leuk resultaat: een mooie sjaal, trui of vest.
Een voordeel van deze tijd is internet. Daarop staan veel filmpjes met uitleg over breipatronen, steken, wol en pennen. Dat praten en breien ook heel gezellig kan zijn, bewijzen de vele breiclubjes. Het is heel leuk om met elkaar van gedachten te wisselen en een mooi breiwerk te maken. Al dan niet voor een goed doel.
Breien als kunst
In het Stedelijk Museum Schiedam is een prachtige tentoonstelling van Maria Roosen. Deze is nog te zien tot en met 3 mei. Maria werkt vaak samen met Carolien Evers, een kunstenaar die van breien beeldende kunst maakt. Zo zijn er in de tentoonstelling twee berkenstammen te zien, waarvan er één gebreid is. Bijna niet van elkaar te onderscheiden, zo mooi! (zie foto).

Daarom heb ik mij opgegeven voor haar workshop “De kunst van het breien”. De workshop van Carolien overtrof mijn verwachting. Zij leerde ons met verschillende steken, wolsoorten en pennendiktes, een echt kunstwerk te maken. Het is nog niet af, maar…… “oefening baart kunst”.